Klein geluk

Veranderen doe je zo. Deel 1. Neem kippen.

Af en toe plaatsen we een wat langer stuk op de site onder de titel ‘veranderen doe je zo’. Een verhaaltje over een verandering in ons eigen leven waar we best wel enthousiast over zijn. In dit eerste deel nemen we kippen.

Weet je wat het is met kippen? Ze zijn zo gezellig. Goedaardige, gezellige tokkelaars. Ze zijn ook erg handig, want in ruil voor je etensresten en wat kippenvoer, krijg je de meest verse eitjes die er zijn. En die zijn erg lekker. Veel lekkerder dan de eitjes in de winkel. Kippen zijn ook erg makkelijk in de omgang. Een schoon droog hok, wat ruimte om te scharrelen, vers water en genoeg voer, meer hoeven ze niet. Dat hok hoeft niet zo groot te zijn; de bekende goedgekeurde ‘scharrelkip’ heeft in het hok de ruimte van een opgevouwen krant. Maar geef ze wel (regelmatig) de ruimte om te scharrelen.

Mijn eerste kippen kreeg ik toen we verhuisd waren naar een huis met een tuin en ik tegen iedereen vertelde dat ik nu een beetje wou gaan boeren, om te beginnen door een paar kippen aan te schaffen. Op mijn verjaardag kreeg ik dus een grote kartonnen doos. En die doos bewoog wat, bovendien klonk er een zacht gescharrel en gemurmel uit op. ‘Nee hè, ze zullen het toch niet echt gedaan hebben?’ Jawel dus. Twee bruine kippen van een week of tien keken me uitdagend en verwachtingsvol aan. Net als de vrienden die mijn kippendroom hadden gerealiseerd. Enigszins ontdaan stak ik mijn hand voorzichtig in de doos om hem snel weer terug te trekken toen de ene er naar ging pikken. Tja wat nu? Eigenlijk moest ik ze gewoon aaien en oppakken, maar hoe doe je dat bij een kip? Gelukkig wist mijn dochter van zes intuïtief hoe dat moest. Zij pakte een kip en droeg die in het rond. Uiteindelijk gaf ze haar aan mij en stond ik voor het eerst van mijn leven met een kip in mijn handen. Een vrij hard lijfje met zachte veren, een nieuwsgierig koppie waar een vriendelijk getokkel uit kwam. Leuk. Niet geweldig en stromend van liefde, maar gewoon ‘leuk’. Dat is het met kippen, niet meer, maar zeker niet minder. Leuk en dat is het nog steeds.

Inmiddels hebben we de vijfde generatie. Na de eerste twee, Tiktik en Toktok, kwamen Hedwig en Koekeroekus, daarna Eggidius en Eigidius, daarna kip 1 en kip 2 en nu hebben de we oude en de nieuwe. De namen groeien mee met de leeftijd van de kinderen. Ze worden niet zo oud, onze kippen. Een jaar of vier soms vijf. Ze zijn voor de leg gefokt en leggen doen ze. Vanaf een maand of drie elke dag een ei. Zomer of winter, het maakt niet uit. Elke dag komt er een ei. Wat een prestatie, een mooi bruin ei uit zo’n kippetje. Want zo groot zijn ze niet. Het zijn niet van de mooie witte Barnevelders die schommelend door je gedachten gaan, als je aan kippen denkt. Ze zijn bruin, beetje gespikkeld en niet meer een kilo of twee. En dan elke dag een ei! Dat is hard werken. En dat doen ze ook, ze scharrelen van zonsopgang tot zonsondergang rond op zoek naar wat eetbaars. Graan natuurlijk, maar ook plantjes, wormen, slakken, torretjes, oud brood en rijst vinden ze heerlijk. Je kunt bijna je complete groene bak (GFT-afval) aan de kippen kwijt. Na een jaar of twee begint de productie te verminderen. Af en toe slaan ze een dag over. Ook de seizoenen krijgen invloed, want ‘s winters leggen ze ook minder. Na nog een jaar leggen ze vaker niet dan wel. En dan komt er een moment waarop ze alleen nog bij vlagen een paar eitjes leggen. Ze zijn klaar met hun productieve leven. Soep van koken dus. Maar wij niet. Dat kunnen we niet over ons hart verkrijgen. ‘We doen het niet vanwege de kinderen’, zeggen we dan. Nou, ook vanwege de kinderen. Zelf zouden we ze ook niet kunnen doden en opeten. Dus sterven ze een natuurlijke dood en begraven we ze in de tuin. De eersten natuurlijk met het nodige ceremonieel met een mooi kleedje in een doos en een mooie steen erop terwijl de kinderen een heel klein traantje wegpinkten.

Een van de leuke dingen van kippen vind ik dat ze zo simpel en rechtlijnig zijn. Als het gaat schemeren, gaan ze op stok. Hoe laat het ook is. ‘s Winters is dat voor vijven en ‘zomers wordt dat wel elf uur. Tijdens de laatste zonsverduistering ging het aardig schemeren en dus gingen ze inderdaad op stok. Na een kwartiertje was het weer lichter en dus kwamen ze weer van stok, een nieuwe dag tegemoet. Hoewel, ze legden geen twee eieren die dag. Je kunt je kippen gewoon los in de tuin laten lopen. Tenminste als je het niet erg vindt dat ze hier en daar wat gras omkrabben, de jonge aanplant te lijf gaan en je groente voorproeven. Wij vinden dat niet zo erg, dus we laten ze regelmatig uit het hok. We blijven dan wel een beetje in de beurt, want laatst zat kipje de voorste al op de weg. Met katten hebben onze kippen geen probleem; die worden zonder pardon de tuin uit gejaagd. Een leuk gezicht, een kip die met veel gefladder en gekakel achter een kat aanzit. Met onze hond hebben ze wel een probleem. Zij is en blijft een jachthond, ondanks alle gehoorzaamheidstrainingen. En kippen zijn een prooi. Ze heeft mij er al twee keer een geapporteerd. Gelukkig bijt ze niet door, zodat ik de kip in dank kon aannemen en haar in het hok terug kon zetten. Verontwaardigd liet de kip luidkeels blijken deze gang van zaken niet te appreciëren. Ze plukte nog wat losse veren uit haar tooi, schudde zich een paar keer en ging weer over tot de orde van de dag. Het enige wat we nog merkten als nawee van haar jachtavontuur was dat ze een paar dagen het leggen staakte.

Dus: neem een kip! Een gewone legkip van de kippenboerderij is prima. Je moet er wel tenminste twee nemen, want een kip alleen is wel erg alleen. Maak een hokje en een ren, koop bij de dierenwinkel wat (Eko) legkorrel, een voederbak en waterton en je bent klaar. Beetje stro in het hok, kipjes er in en leggen maar! Veel plezier met je eigen eitjes en laat eens weten hoe deze verandering bevalt.

Leuke en informatieve sites:

http://www.kippenpagina.nl

http://stoopkeskippen.webs.com

http://www.schutters.net/kippen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.