Healthy food blog

Waarom ik vegetariër werd (en geen flexitariër meer wil zijn)

Ik heb het idee dat flexitariër zijn in de mode is. En dat vind ik leuk, want zoals ik eerder vermeldde bij een vegetarisch recept, is het bekend dat minder vlees eten beter is voor het milieu. Alleen: de definitie van flexitariër is vrij breed, je bent het al als je één keer per week geen vlees bij de hoofdmaaltijd eet. Natuurlijk is één dag geen vlees eten beter dan elke dag vlees eten, maar zes dagen vlees eten betekent nog wel het waterverbruik van zes maanden douchen, bijvoorbeed (kijk hier voor meer details daarover).

Ik was de afgelopen jaren flexitariër, maar bij mij was vlees eten meer de uitzondering dan de regel. En die uitzondering werd steeds groter, totdat ik op een gegeven moment ongeveer één dag per week vlees at. Ik vond het niet nodig om echt vegetariër te worden, want ik at toch al zo weinig vlees.

Tot ik me een aantal dingen realiseerde.

  1. Ik geef om het milieu. Ik maak me zorgen om klimaatverandering, en nog meer sinds er bepaalde mensen die er weinig om geven aan de wereldtop staan. Het werd me duidelijk dat we niet (genoeg) op de politiek kunnen rekenen als het gaat om klimaatproblematiek. Als vlees eten dan echt zo’n grote impact heeft op het milieu en klimaat, waarom zou ik dan niet het heft (enigszins) in eigen handen nemen en het eten van vlees helemaal opgeven? Ik deed wat onderzoek en kwam erachter dat de productie van vlees écht wel een grote boosdoener is. Meer dan vis eten, meer dan autorijden, meer dan lang douchen of het licht aanlaten.
  2. Ik geef om dieren. Ik ben me ervan bewust dat dit niet voor iedereen geldt, en dat sommige mensen dit een non-argument vinden. Daar zijn mensen vrij in. Maar uit onderzoek blijkt dat dieren zoals koeien en varkens, maar ook bijvoorbeeld kippen, niet alleen intelligente wezens zijn maar daarnaast ook emotioneel gevoelig. En het leven van dieren uit de bio-industrie is écht heel vreselijk. Daar wil ik financieel niet aan bijdragen.
  3. Een steeds grotere walging. Ik zag eens een foto op social media van een slager die in een dood dier aan het snijden was. Er zat een grote grijze vlek in het vlees, waar de slager omheen sneed. Dit stuk gooide hij weg, volgens het onderschrift, waarna de rest van het vlees gewoon in de supermarkt terecht zou komen. De grijze vlek, bleek, was een kankergezwel. Ik weet niet of het eten van dit kankergezwel-vrije vlees schadelijk kan zijn. Misschien niet. Maar het heeft me wel doen afvragen wat er eigenlijk allemaal niet is gebeurd – zowel levend als dood – met het dier dat ik in mijn mond stop.
  4. Sociale beïnvloeding. Als ik zeg dat ik vegetariër ben, zullen mensen meer gewend raken aan het idee dat er (veel) mensen zijn die helemaal geen vlees eten. Dit effect is minder sterk als ik flexitariër ben. Daarnaast zullen ze eerder rekening houden met me als ik ergens ga eten en bijvoorbeeld minder vlees inslaan voor de barbecue, of wellicht eerder kiezen voor een vegetarisch restaurant. En wie weet zullen ze er zelf ook geïnteresseerd in raken. Ik zou mensen nooit bekritiseren omdat ze vlees eten, maar mocht ik ze door mijn vegetarisme toch op andere ideeën brengen dan is dat mooi.

Toen ik deze vier dingen eenmaal besefte, was het een makkelijke beslissing. Geen vlees eten voelt niet als een beperking voor mezelf, maar als een bijdrage aan de wereld.

Geïnspireerd? Kijk hier voor vegetarische recepten van veranderen.nu:

Falafel met saus

Linzenburgers

Snelle spaghetti

…en kijk hier voor het artikel dat mij inspireerde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *